Scroll to navigation

deb-src-control(5) dpkg-suite deb-src-control(5)

NAAM

deb-src-control - Indeling van het hoofdcontrolebestand van Debian-broncodepakketten

OVERZICHT

debian/control

BESCHRIJVING

Elk Debian broncodepakket bevat het hoofdcontrolebestand «control», dat tenminste uit twee paragrafen bestaat, gescheiden door een witregel. De eerste paragraaf geeft alle informatie weer over het broncodepakket in het algemeen, terwijl elke daaropvolgende paragraaf exact één binair pakket beschrijft. Elke paragraaf bestaat minstens uit één veld. Een veld begint met de veldnaam, zoals Package of Section (niet hoofdlettergevoelig), gevolgd door een dubbele punt, het tekstgedeelte van het veld en een regeleinde. Velden mogen ook uit meerdere regels bestaan, maar iedere bijkomende regel zonder veldnaam moet minstens met één spatie beginnen. Gereedschap voegt de inhoud van velden die uit meerdere regels bestaan, meestal samen tot één regel (behalve in het geval van het veld Description; zie hierna). Om lege regels toe te voegen in een veld dat uit meerdere regels bestaat, moet u na de spatie een punt toevoegen. Regels die met een ‘#’ beginnen worden als commentaar behandeld.

VELDEN BRONCODEPAKKET

De waarde van dit veld is de naam van het broncodepakket en moet overeenkomen met de naam van het broncodepakket in het bestand debian/changelog. Een pakketnaam mag enkel bestaan uit kleine letters (a-z), cijfers (0-9), plussen (+) en minnen (-) en punten (.). Pakketnamen moeten minstens twee tekens lang zijn en moeten met een alfanumeriek teken (a-z0-9) in kleine letter beginnen.

Moet volgens de indeling «Joe Bloggs <jbloggs@foo.com>» opgemaakt zijn en verwijzen naar de persoon die momenteel het pakket onderhoudt, in tegenstelling tot de auteur van de software of de originele verpakker ervan.

Somt al de namen en de e-mailadressen op van de personen die het pakket mee onderhouden volgens dezelfde indeling als van het veld Maintainer. Meerdere mede-onderhouders moeten onderling door een komma gescheiden worden.

Dit documenteert de meest recente versie van de normen die vastgelegd werden in de richtlijnen van de distributie en waaraan dit pakket voldoet.

De indeling van een pakketbeschrijving bestaat uit een beknopte korte samenvatting op de eerste regel (na de veldmarkering Description). De daaropvolgende regels moeten gebruikt worden voor een langere, meer gedetailleerde beschrijving. Elke regel van de uitgebreide beschrijving moet voorafgegaan worden door een spatie, en lege regels in de uitgebreide beschrijving moeten één enkele ‘.’ bevatten die volgt op de eraan voorafgaande spatie.

De URL van de homepage van het toeleverend project (upstream).

De URL van het bugopvolgingssysteem voor dit pakket. De momenteel gebruikte indeling is bts-type://bts-adres, zoals debbugs://bugs.debian.org. Meestal is dit veld niet nodig.

Dit veld wordt gebruikt om aan te geven of het bestand debian/rules voorrechten van (fake)root nodig heeft om sommige van zijn targets uit te voeren, en zo ja wanneer.
De binaire targets zullen (fake)root helemaal niet nodig hebben.
De binaire targets moeten altijd onder (fake)root uitgevoerd worden. Dit is de standaardwaarde als dit veld ontbreekt. Als dit veld toegevoegd wordt met een expliciete binary-targets, terwijl dit strikt genomen niet nodig is, geeft dit aan dat de noodzaak ervan onderzocht werd.
Dit is een door witruimte gescheiden lijst van trefwoorden die omschrijven wanneer (fake)root vereist is.

Een trefwoord bestaat uit naamruimte/gevallen. Het onderdeel naamruimte mag geen "/" en geen witruimte bevatten. Het onderdeel gevallen mag geen witruimte bevatten. Voorts moeten beide delen volledig uit afdrukbare ASCII-tekens bestaan.

Elk gereedschap/pakket zal een naamruimte definiëren die vernoemd wordt naar zichzelf en een aantal gevallen waarin (fake)root vereist is. (Zie "Implementation provided keywords" in rootless-builds.txt).

Wanneer het veld ingesteld is op een van de impl-trefwoorden, zal het bouwprogramma een interface ontsluiten die gebruikt wordt om een commando onder (fake)root uit te voeren. (Zie "Gain Root API" in rootless-builds.txt.)

Deze velden worden beschreven in de man-pagina dsc(5), aangezien zij gegenereerd worden op basis van informatie, afgeleid uit debian/tests/control, of letterlijk naar het controlebestand van de broncode gekopieerd worden.

De URL van de opslagruimte van het versiecontrolesysteem dat gebruikt wordt bij het onderhouden van dit pakket. Momenteel worden ondersteund: Arch, Bzr (Bazaar), Cvs, Darcs, Git, Hg (Mercurial), Mtn (Monotone) en Svn (Subversion). Meestal verwijst dit veld naar de laatste versie van het pakket, zoals de hoofdtak (main branch) of de stam (trunk)

De URL van een webinterface om door de opslagruimte van het versiecontrolesysteem te bladeren.

De naam van de distributie waaruit dit pakket afkomstig is. Meestal is dit veld niet nodig.

Dit is een veld van algemene aard dat het pakket in een categorie onderbrengt op basis van de software die het installeert. Enkele gebruikelijke secties zijn utils, net, mail, text, x11, enz.

Duidt het belang van dit pakket aan in verhouding tot het gehele systeem. Gebruikelijke prioriteiten zijn required, standard, optional, extra, enz.

De velden Section en Priority hebben gewoonlijk een welbepaalde set mogelijke waarden, afhankelijk van de richtlijnen van de distributie.

Een lijst van pakketten die geïnstalleerd en geconfigureerd moeten zijn om het pakket uit de broncode te kunnen bouwen. Aan deze vereisten moet voldaan zijn bij het bouwen van binaire architectuurafhankelijke of architectuuronafhankelijke pakketten en broncodepakketten. Een vereiste vermelden in dit veld heeft niet exact hetzelfde effect als ze zowel in Build-Depends-Arch als in Build-Depends-Indep vermelden, aangezien ook voldaan moet zijn aan de vereiste voor het bouwen van het broncodepakket.
Hetzelfde als Build-Depends, maar ze zijn enkel nodig bij het bouwen van de architectuurafhankelijke pakketten. In dit geval worden ook de pakketten uit Build-Depends geïnstalleerd. Dit veld wordt ondersteund sinds dpkg 1.16.4; om met oudere versies van dpkg pakketten te bouwen moet in plaats daarvan Build-Depends gebruikt worden.

Hetzelfde als Build-Depends, maar ze zijn enkel nodig bij het bouwen van de architectuuronafhankelijke pakketten. In dit geval worden ook de pakketten uit Build-Depends geïnstalleerd.

Een lijst van pakketten die niet geïnstalleerd mogen zijn bij het bouwen van het pakket, bijvoorbeeld omdat ze interfereren met het gebruikte bouwsysteem. Een afhankelijkheidsrelatie opnemen in deze lijst heeft hetzelfde effect als ze zowel in Build-Conflicts-Arch als in Build-Conflicts-Indep opnemen, met het bijkomende effect dat ze ook gebruikt wordt als enkel het broncodepakket gebouwd wordt.

Hetzelfde als Build-Conflicts, maar enkel bij het bouwen van de architectuurafhankelijke pakketten. Dit veld wordt ondersteund sinds dpkg 1.16.4; om met oudere versies van dpkg pakketten te bouwen moet in plaats daarvan Build-Conflicts gebruikt worden.

Hetzelfde als Build-Conflicts, maar enkel bij het bouwen van de architectuuronafhankelijke pakketten.

De syntaxis van de velden Build-Depends, Build-Depends-Arch en Build-Depends-Indep is een lijst van groepen van alternatieve pakketten. Elke groep is een lijst van pakketten die onderling gescheiden worden door het symbool verticale streep (of “pijp”), ‘|’. De groepen worden onderling gescheiden door komma's ‘,’ en de lijst kan eindigen met een afsluitende komma, die bij het genereren van de velden voor deb-control(5) weggelaten zal worden (sinds dpkg 1.10.14). Een komma moet geïnterpreteerd worden als een “AND” en een pijp als een “OR”, waarbij pijpen de sterkste binding hebben. Elke pakketnaam kan facultatief gevolgd worden door een architectuurkwalificatie, die toegevoegd wordt na een dubbele punt ‘:’, facultatief gevolgd door de vermelding van een versienummer tussen ronde haakjes ‘(’ en ‘)’, een architectuurspecificatie tussen vierkante haakjes ‘[’ en ‘]’ en een restrictieformule die bestaat uit één of meer lijsten van profielnamen tussen punthaakjes ‘<’ en ‘>’.

De syntaxis van de velden Build-Conflicts, Build-Conflicts-Arch en Build-Conflicts-Indep is een lijst van pakketnamen die onderling gescheiden zijn door een komma, waarbij de komma geïnterpreteerd moet worden als een “AND” en waarbij de lijst kan eindigen met een afsluitende komma, die bij het genereren van de velden voor deb-control(5) weggelaten zal worden (sinds dpkg 1.10.14).. Het specificeren van alternatieve pakketten met behulp van een “pijp” wordt niet ondersteund. Elke pakketnaam kan facultatief gevolgd worden door de vermelding van een versienummer tussen ronde haakjes, een architectuurspecificatie tussen vierkante haakjes en een restrictieformule die bestaat uit één of meer lijsten van profielnamen tussen punthaakjes.

De naam van een architectuurkwalificatie kan een echte Debian-architectuurnaam zijn (sinds dpkg 1.16.5), any (sinds dpkg 1.16.2) of native (since dpkg 1.16.5). Indien ze weggelaten is, is de standaard voor het veld Build-Depends de architectuur van de huidige computer en voor het veld Build-Conflicts is dat any. Een echte Debian-architectuurnaam komt exact overeen met die architectuur voor die pakketnaam; any komt overeen met om het even welke architectuur voor die pakketnaam als het pakket gemarkeerd werd als Multi-Arch: allowed; native komt overeen met de huidige bouwarchitectuur indien het pakket niet gemarkeerd werd als Multi-Arch: foreign.

Een versienummer kan beginnen met een ‘>>’. In dat geval levert dit met alle latere versies een overeenkomst op. Een versienummer kan al dan niet ook een Debian-pakketrevisie bevatten (met een koppelteken tussen versienummer en Debian-pakketrevisie). Toegestane versierelaties zijn ‘>>’ voor hoger dan, ‘<<’ voor lager dan, ‘>=’ voor hoger of gelijk aan, ‘<=’ voor lager of gelijk aan en ‘=’ voor gelijk aan.

Een architectuuraanduiding bestaat uit één of meer architectuurnamen, onderling gescheiden door witruimte. Een uitroepteken mag elk van de namen voorafgaan, hetgeen de betekenis heeft van “NOT” (niet).

Een restrictieformule bestaat uit één of meer restrictielijsten, onderling gescheiden door witruimte. Elke restrictielijst staat tussen punthaakjes. De items in de restrictielijst zijn bouwprofielnamen, onderling gescheiden door witruimte, en kunnen voorafgegaan worden door een uitroepteken, hetgeen de betekenis heeft van “NOT” (niet). Een restrictieformule heeft de verschijningsvorm van een expressie in disjunctieve normaalvorm.

Merk op dat de vermelding dat pakketten vereist worden die behoren tot de categorie build-essential, weggelaten kan worden en dat het onmogelijk is om tegenover dergelijke pakketten een bouwtegenstrijdigheid te formuleren. Een lijst van deze pakketten is te vinden in het pakket build-essential.

VELDEN BINAIR PAKKET

Merk op dat de velden Priority, Section en Homepage ook in een paragraaf van het binaire pakket kunnen voorkomen ter vervanging van de globale waarde uit het broncodepakket.

Dit veld wordt gebruikt om de naam van het binaire pakket te vermelden. Dezelfde restricties gelden als voor de naam van een broncodepakket.

Dit veld definieert het pakkettype. udeb is voor pakketten waarvan de omvang aan beperkingen onderworpen is en die door het installatieprogramma van Debian gebruikt worden. deb is de standaardwaarde, die verondersteld wordt als het veld ontbreekt. In de toekomst kunnen nog andere types toegevoegd worden.

De architectuur geeft aan op welk type hardware dit pakket werkt. Gebruik de waarde any voor pakketten die op alle architecturen werken. Voor pakketten die architectuuronafhankelijk zijn, zoals shell- en Perl-scripts of documentatie, moet u de waarde all gebruiken. Om pakketten tot een bepaalde set van architecturen te beperken, moet u de namen van de architecturen opgeven, onderling gescheiden door een spatie. Het is ook mogelijk om architectuur-jokers te plaatsen in de lijst (zie dpkg-architecture(1) voor bijkomende informatie daarover).

Dit veld geeft de condities aan waaronder dit binaire pakket al dan niet te bouwen is. Om deze conditie uit te drukken wordt voor de restrictieformule dezelfde syntaxis gebruikt als die van het veld Build-Depends.

Indien de paragraaf over een binair pakket dit veld niet bevat, dan betekent dit impliciet dat het te bouwen is met alle bouwprofielen (met inbegrip van helemaal geen).

Met andere woorden, indien aan de paragraaf betreffende een binair pakket een niet-leeg Build-Profiles-veld toegevoegd is, dan wordt dat binair pakket gegenereerd indien en enkel indien de conditie die uitgedrukt wordt door de expressie in conjunctieve normaalvorm als waar geëvalueerd wordt.

Deze velden worden beschreven in de man-pagina deb-control(5), vermits zij letterlijk naar het controlebestand van het binaire pakket gekopieerd worden.

Deze velden benoemen relaties tussen pakketten. Ze worden besproken in de man-pagina deb-control(5). Wanneer deze velden in debian/control voorkomen, kunnen ze ook eindigen met een afsluitende komma (sinds dpkg 1.10.14), kunnen ze architectuurspecificaties bevatten en restrictieformules bevatten, wat bij het genereren van de velden voor deb-control(5) allemaal teruggebracht zal worden.

Deze velden worden door het installatieprogramma van Debian in udeb's gebruikt en zijn meestal niet nodig. Zie voor meer details over deze velden /usr/share/doc/debian-installer/devel/modules.txt uit het pakket debian-installer.

DOOR DE GEBRUIKER GEDEFINIEERDE VELDEN

Het is toegelaten om aan het bestand control bijkomende door de gebruiker gedefinieerde velden toe te voegen. De gereedschappen zullen deze velden negeren. Indien u wilt dat de velden mee gekopieerd worden naar de uitvoerbestanden, zoals de binaire pakketten, moet u een aangepast naamgevingsschema hanteren: de velden moeten beginnen met een X, gevolgd door nul of meer van de tekens SBC en een koppelteken.

Het veld zal voorkomen in het control-bestand van het broncodepakket, zie dsc(5).
Het veld zal voorkomen in het control-bestand van het binair pakket, zie deb-control(5).
Het veld zal voorkomen in het controlebestand (.changes) van de upload, zie deb-changes(5).

Merk op dat de voorvoegsels X[SBC]- weggelaten worden wanneer de velden gekopieerd worden naar de uitvoerbestanden. Een veld XC-Approved-By zal als Approved-By in het changes-bestand vermeld staan en niet opgenomen zijn in het control-bestand van het binair en het bronpakket.

Houd er rekening mee dat deze door de gebruiker gedefinieerde velden gebruik maken van de globale naamruimte, waardoor ze op een gegeven ogenblik in de toekomst in botsing zouden kunnen komen met officieel erkende velden. Om deze mogelijke situatie te vermijden kunt u die velden laten voorafgaan door Private-, zoals XB-Private-Nieuw-Veld.

VOORBEELD

# Commentaar
Source: dpkg
Section: admin
Priority: required
Maintainer: Dpkg Developers <debian-dpkg@lists.debian.org>
# dit veld wordt gekopieerd naar het binaire en het broncodepakket
XBS-Upstream-Release-Status: stable
Homepage: https://wiki.debian.org/Teams/Dpkg
Vcs-Browser: https://git.dpkg.org/cgit/dpkg/dpkg.git
Vcs-Git: https://git.dpkg.org/git/dpkg/dpkg.git
Standards-Version: 3.7.3
Build-Depends: pkg-config, debhelper (>= 4.1.81),

libselinux1-dev (>= 1.28-4) [!linux-any] Package: dpkg-dev Section: utils Priority: optional Architecture: all # dit is een aangepast veld in het binaire pakket XB-Mentoring-Contact: Raphael Hertzog <hertzog@debian.org> Depends: dpkg (>= 1.14.6), perl5, perl-modules, cpio (>= 2.4.2-2),
bzip2, lzma, patch (>= 2.2-1), make, binutils, libtimedate-perl Recommends: gcc | c-compiler, build-essential Suggests: gnupg, debian-keyring Conflicts: dpkg-cross (<< 2.0.0), devscripts (<< 2.10.26) Replaces: manpages-pl (<= 20051117-1) Description: Gereedschap voor pakketontwikkeling in Debian
Dit pakket levert de ontwikkelingsgereedschappen (met inbegrip
van dpkg-source) die nodig zijn om Debian broncodepakketten
uit te pakken, te bouwen en te uploaden.
.
De meeste Debian broncodepakketten zullen bijkomend gereedschap
nodig hebben om gebouwd te kunnen worden; de meeste pakketten hebben
bijvoorbeeld make nodig en de C-compiler gcc.

ZIE OOK

deb-control(5), deb-version(7), dpkg-source(1)

2020-03-08 1.20.0