Scroll to navigation

QT6OPTIONS(7) Documentatie voor commandorege QT6OPTIONS(7)

NAME

qt6options - Gemeenschappelijke commandoregelopties voor alle applicaties gebaseerd op de Qt(TM)-hulpmiddelen

SAMENVATTING

Qt-toepassing [-style= stijl / -style stijl] [-stylesheet= stijlsheet / -stylesheet stijlsheet] [-widgetcount] [-reverse] [-qmljsdebugger= poort] [-platform platformNaam[:opties]] [-platformpluginpath pad] [-platformtheme platformThema] [-plugin plug-in] [-qwindowgeometry geometrie] [-qwindowicon pictogram] [-qwindowtitle titel] [-reverse] [-session sessie] [-display hostnaam:schermnummer] [-geometry geometrie] [-dialogs= [xp|none]] [-fontengine= freetype] [-h, --help and -? on Windows®] [-v --version]

OPTIES

De volgende opties zijn van toepassing op alle Qt(TM)-applicaties:

-style= stijl / -style stijl

Stelt de stijl van de GUI van de toepassing in. Mogelijke waarden hangen af van de systeemconfiguratie. Als Qt(TM) gecompileerd is met extra stijlen of extra stijlen heeft als plug-ins dan zullen deze beschikbaar zijn in de optie -style van de commandoregel.

-stylesheet= stijlsheet / -stylesheet stijlsheet

Stel styleSheet van de toepassing in. De waarde moet een pad zijn naar een bestand dat de Style Sheet bevat.

-widgetcount

Toont aan het eind een debugbericht over het aantal widgets dat niet vernietigd is achtergelaten en het maximum aantal widgets dat tegelijk bestond.

-reverse

Stelt de richting in van de indeling van de toepassing naar Qt::RightToLeft. Deze optie is bedoeld om te helpen bij het debuggen en zou in productie niet gebruikt moeten worden. De standaard waarde wordt automatisch gedetecteerd uit de instelling van de taalregio van de gebruiker (zie ook QLocale::textDirection()).

-qmljsdebugger= poort

Activeer de QML/JS debugger met een gespecificeerde poort. De waarde moet het format port:1234[,block] hebben, waar block optioneel is en maakt dat de toepassing zal wachten totdat een debugger er een verbinding naar maakt.

-platform platformNaam[:opties]

Specificeer de plug-in Qt(TM) Platform Abstraction (QPA).

-platformpluginpath pad

Het pad naar de platform-plug-ins instellen

-platformtheme platformThema

Het platformthema instellen.

-plugin plug-in

Stel extra te laden plug-ins in. Het argument mag meerdere keren verschijnen.

-qwindowgeometry geometrie

Specificeer de geometrie van het venster voor het hoofdvenster met de X11-syntaxis. Bijvoorbeeld: -qwindowgeometry 100x100+50+50

-qwindowicon pictogram

Het standaard vensterpictogram instellen.

-qwindowtitle titel

Stel de titel in van het eerste venster.

-session sessie

De toepassing herstellen uit een eerdere sessie.

-display hostnaam:schermnummer

Schakel schermen over op X11. Overschrijft de omgevingsvariabele DISPLAY.

-geometry geometie

Specificeer de geometrie van het venster voor het hoofdvenster op X11. Bijvoorbeeld: -qwindowgeometry 100x100+50+50

-dialogs= [xp|none]

Alleen beschikbaar voor platform Windows®. XP gebruikt eigen stijldialogen en niets schakelt ze uit.

-fontengine= freetype

Gebruik de lettertype-engine FreeType.

-h, --help en -? on Windows®

Alle opties en de beschrijving van de toepassing tonen.

-v --version

Toont tekenreeks met de versie-informatie van de toepassing.

ZIE OOK

kf6opties(7)

AUTEURS

Manpagina oorspronkelijk geschreven door Lauri Watts <lauri@kde.org>

Bijgewerkt naar Frameworks door Burkhard Lück <lueck@hube-lueck.de>

De informatie voor deze manpagina komen uit QApplication documentatie[1], QGuiApplication documentatie[2] en QCommandLineParser documentatie[3].

AUTEURS

Lauri Watts <lauri@kde.org>

Auteur.

Burkhard Lück <lueck@hube-lueck.de>

Auteur.

OPMERKINGEN

1.
QApplication documentatie
2.
QGuiApplication documentatie
3.
QCommandLineParser documentatie
2016-06-04 KDE Frameworks Qt 6